Husni kent geen mooie dromen

English version underneath 

 

Wie door Libanon rijdt ziet overal om zich heen de sporen van de meest recente oorlog uit 2006. Gaten in muren, verwoeste gebouwen en bruggen die tot hoopjes steen in het water zijn gedegradeerd. Je hoort in gesprekken met de inwoners over de gevoelens die ze nog steeds hebben aan de inval toentertijd. De laatste oorlog duurde 33 dagen. Dat is ruim anderhalve maand leven in angst, dierbare verliezen en geen enkele duidelijkheid over je toekomst.

 

We verblijven op hemelsbreed nog geen 20 kilometer van de grens met Syrië. Een land wat de 33 dagen al lange tijd voorbij is. Waar niemand meer weet wie zijn vriend of zijn vijand is. Waar vandaan dagelijks beelden de wereld over gaan en de gemiddelde kijker immuun voor lijkt te zijn. Waar we de verschrikkingen van bombardementen niet meer van elkaar kunnen onderscheiden en ieder slachtoffer lijkt op die van de vorige keer.

 

Maar op die 20 kilometer van de grens zetten we nu onze voeten over een modderig pad. Links en rechts van ons witte zelf gefabriceerde tenten die het ruige weer nauwelijks kunnen trotseren. We mogen binnen komen kijken en voelen het vocht uit de grond tegen de zolen van onze schoenen trekken. Het is kil qua temperatuur maar de ontvangst is warm. Het leven van een gezin met negen kinderen speelt zich af op zo’n zestien vierkante meter. Bedden zijn er niet, een sanitaire voorziening evenmin. Je ziet nauwelijks persoonlijke eigendommen want er was geen tijd om ook maar iets mee te nemen. Het meest dierbare zit om de moeder heen en probeert zich te warmen aan dat laatste beetje olie wat de verwarming nog van een vlam kan voorzien.

 

En dan staan we oog in oog met een jongentje. Hooguit 3 jaar oud en onder de arm van zijn moeder uit de verwoestende oorlog meegetrokken naar Libanon. Zijn ogen vertellen een verhaal van leed, van zorgen die niet horen bij een kind van die leeftijd. Alsof zijn tranen gegraveerd zijn in zijn wangen en er nooit meer weg zullen gaan vermijdt hij ieder oogcontact. Zijn herinneringen van de afgelopen jaren zijn het geluid van bommen, gillende mensen, en huilende dierbaren. Zijn dromen zullen gaan over gebouwen die instorten en mannen die met wapens door straten lopen. Over een lange reis die hij gemaakt heeft op de arm van zijn moeder, en grote zus. Over honger, ziek zijn en angst hebben.

 

En nu staat hij daar recht voor me. Hij zoekend naar herkenning en ik zoekend naar deze foto. Door de lens is hij prachtig. Hij vertelt het verhaal van de verschrikkingen die ze hebben moeten doorstaan en de zware omstandigheden waarin hij en zijn familie nu moeten zien te overleven. Als er drie kliks zijn geweest en het oculair voor mijn ogen is verdwenen staat hij niet tegenover de fotograaf maar tegenover mij als vader. Dan zie ik niets prachtigs maar breekt mijn hart keihard in twee stukken. Ik moet even slikken en mijn tranen bedwingen. Ik sta op en hij rent met zijn handjes in zijn zak naar zijn moeder. Tot twee keer toe valt hij bijna maar eindigt in haar armen en verstopt zijn gezicht in haar nek.

 

Waarom dan deze foto? Omdat er een verhaal verteld moet worden. Het verhaal van de sociaal werkers uit het nabijgelegen SOS Kinderdorp die regelmatig dit gezin bezoeken. Die zorgen voor een warme jas, de eerste levensbehoeften en waar nodig medische hulp. Een team van zeer betrokken medewerkers die naast hun werk voor de kinderen uit Libanon nu dag en nacht in touw zijn voor de kinderen uit Syrië. Voor elk van deze medewerkers bestaat er geen onderscheid tussen nationaliteit, ras of geloofsovertuiging. Het enige wat telt is dat ze kinderen in deze wereld helpen het leven weer dragelijk te maken. Dat doen ze hier in de vluchtelingenkampen maar ook door Syrische kinderen die hun ouders hebben verloren op te vangen in de verschillende SOS Kinderdorpen door het land. En ook daar ben je geen Syriër, geen soenniet, sjiiet of christen maar mag je gewoon kind zijn. Krijg je zorg, warmte en de liefde van een thuis.

 

Ook ik ben soms immuun voor de beelden op televisie vanuit Aleppo of Damascus. Voor de vele berichtgeving over de aanslagen, bombardementen en de bijbehorende doden. En nu sta ik tegenover kleine Husni. Hij praat niet maar zijn ogen, de tranen die in zijn wangen lijken gegraveerd vertellen me meer dan al die uren aan nieuws.

 

De oorlog is niet voorbij, de verschrikkingen worden niet minder en steeds meer kinderen moeten vluchten uit hun eigen land. En als je dan ziet dat er zulke betrokken mensen zijn van SOS Kinderdorpen Libanon die er alles aan doen om deze mensen weer een thuis te geven dan wil ik graag dat verhaal vertellen. De foto maken en laten zien dat ze onze hulp heel goed kunnen gebruiken. Ik steun SOS Kinderdorpen omdat ze er nu zijn als de nood hoog is, maar ook omdat ze er zijn als wij straks de oorlog zijn vergeten. 

 

 

 

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Husni has no beautiful dreams

 

 

 

Who drives trough Lebanon will see everywhere the track of the most recent war in 2006. Holes in walls, destroyed buildings and bridges that have been degraded in the water to piles of stone. You hear in conversations with residents about the feelings they still have for the invasion at the time. The last war lasted 33 days. That is more than one and a half month living in fear, losing beloved ones and no clarity about your future.

 

We stay at less than 20 kilometers from the border with Syria. A country that 33 days have long been over. Where no one knows who is his friend or his enemy. Where does the world beeing overloaded by news and the average viewer seems to be immune. Where we can no longer distinguish from each other the horrors of bombings and each victim looks similar to the last time.

 

But those 20 kilometers from the border we put our feet on a muddy path. Left and right of us there are self-manufactured white tents that can hardly withstand the rough weather. We can get a look inside and feel moisture from the ground against the soles of our shoes. It's chilly in terms of temperature but the welcome is warm. The life of a family with nine children takes place at about sixteen square meters. Beds are not there and a sanitary facility either. You hardly see personal belongings as there was no time to take something when they left there homes. The most precious is around the mother and tried to warm themself with that last bit of oil that the heating needs to provide a flame.

 

And then we are faced with a boy. Around  3 years old and under the arm of his mother dragged from the devastating war to Lebanon. His eyes tell a story of suffering, worries that do not belong in a child of that age. Though his tears, which looked like they are engraved in his cheeks and never will go away he avoids all eye contact. His memories of the past few years must be the sound of bombs, people screaming, crying and loved ones. His dreams will be about buildings collapsing and men who walk through streets with weapons. Over a long journey he has made on the arm of his mother and sister. About hunger, illness and fear.

 

And now he stands there in front of me. He searching for recognition and I looking at this photo. Through the lens, he is beautiful. He tells the story of the horrors they have endured and the harsh conditions in which he and his family have to survive now. If there have been three clicks and the eyepiece before my eyes is gone, he is not facing the photographer but me as a father. I see nothing beautiful but tough breaks my heart in two. I have to swallow and hold back the tears. I get up and he runs with his hands in his pocket for his mother. Twice he almost falls but ends up in her arms and hide his face in her neck.

 

Why this photo? Because there is a story to be told. The story of social workers from the nearby SOS Children who regularly visit this family. That provide a warm coat, the necessities of life, and where necessary medical assistance. A team of highly committed employees who are there now night and day, in addition to their work for the children of Lebanon, for the children of Syria. For each of these employees, there is no distinction between nationality, race or religion. All that matters is that they help children in this world to make life bearable again. They do that here in the refugee camps but also by Syrian children who have lost their parents while fled and are now in the various SOS Children's Villages in the country. And there the children are not Syrian, not Sunni, Shiite or Christian but may be just a child. Being cared for, receive warmth and the love of a home.

 

Sometimes I'm immune to the images on TV from Aleppo or Damascus. For many reports about the attacks, bombings and related deaths. And now I stand in front of small Husni. He does not speak but his eyes, the tears that seem engraved in his cheeks tell me more than all those hours of news.

 

The war is not over, the horrors are no less, and more and more children to flee from their own country. And when you see that there are such people involved with SOS Children's Villages Lebanon to make every effort to display a home to these people than I would like to tell that story. take the picture and show that they can use our help very well. I support SOS Children's Villages because they are now when the need is great, but also because they are there if we will soon have forgotten the war.

Please reload

OVERIGE BERICHTEN
Please reload

© 2019  by WORLDFAMOUS 

SOS Libanon 47